De verloskundige of gynaecoloog zal na de geboorte van de baby de apgarscore vaststellen. Dit is een score waarmee snel een beeld gekregen kan worden over de conditie van de baby. De baby wordt beoordeelt op vijf onderdelen, waarvoor hij nul, één of twee punten kan krijgen. De onderdelen zijn: kleur, hartactie, reactie op prikkels, spierspanning en ademhaling.

Indien de baby op alle onderdelen twee punten scoort krijgt hij een tien, een topscore! Bij een score van 7 of lager moet de baby soms wat extra hulp krijgen, bijvoorbeeld met wat extra zuurstof. Als de baby één minuut oud is, krijgt hij al het eerste cijfer. Dit wordt herhaald wanneer de baby vijf en tien minuten oud is.

Historie

De test is ooit geïntroduceerd in 1952 door dr. Virginia Apgar. In 1963 bedacht de Amerikaanse kinderarts dr. Butterfield een makkelijk ezelsbruggetje voor de verloskundige zorgverlener:

A: Appearance (kleur)
P: Pulse (hartactie)
G: Grimace (reactie op prikkels)
A: Activitity (spierspanning)
R: Respiration (ademhaling)

Samen dus: APGAR!


Je baby krijgt direct na de geboorte al een eerste rapportcijfers: de Apgarscore