Wanneer jij en/of je baby in het ziekenhuis ligt, dan vraagt de borstvoeding extra aandacht. Als je problemen ervaart bij het geven van borstvoeding, vraag hier dan tijdig hulp bij. De meeste ziekenhuizen hebben een lactatiekundige in dienst die mogelijk extra begeleiding kan bieden.

Keizersnede

Vraag na een keizersnede hulp bij het aanleggen van je baby. Bij voorkeur binnen het eerste uur. Door de operatiewond kan het aanleggen moeizamer verlopen. In sommige gevallen kan na een keizersnede de melkproductie later op gang komen. Het is dus extra belangrijk om vroegtijdig te starten met kolven om zo een optimale melkproductie te stimuleren. 

Prematuur

Wanneer een baby te vroeg geboren is, wordt de samenstelling van moedermelk aangepast aan de behoeften van de baby op dat moment. Het bevat dan o.a. extra eiwitten, specifieke stoffen voor de rijping van de organen en afweerstoffen. Juist voor een te vroeg geboren kindje is het heel belangrijk dat het borstvoeding krijgt. Begin zo snel mogelijk na de bevalling te kolven zodat je baby ook zo vlug mogelijk kan profiteren van jouw moedermelk. Dit kan zowel met een kolfapparaat als met je eigen hand. Huid-op-huid contact met je kindje komt ook de borstvoeding ten goede.

Couveuse

Ligt je baby in het ziekenhuis op de couveuse afdeling en zijn jij en je baby van elkaar gescheiden, dan is het belangrijk dat je, zodra de situatie dit toelaat, begint met kolven. Dit moet gebeuren op de tijden dat je normaal gesproken je baby de borst zou geven. Dit komt neer op ongeveer 8 x per dag. Wanneer dit te belastend voor je is, probeer dan zo vaak mogelijk te kolven. Vaak en kort kolven heeft zelfs meer effect op de melkproductie dan minder vaak en langer. Dus liever nog 10 keer 8 minuten kolven dan 8 keer 10 minuten kolven. In beide gevallen besteed je in totaal dezelfde tijd aan het kolven, maar vaker en korter is effectiever. Dit stimuleert de productie beter. Ook hier geldt dat een dubbel afkolfsysteem beter is.

Afgekolfde melk geven

De afgekolfde melk kan aan de baby worden gegeven met een theelepel, met een kopje (cupfeeding) of een voedingsspuitje (fingerfeeding). De kraamverzorgende of verpleegkundige zal je leren hoe je dit moet doen.