nekplooimeting

De combinatietest is een test die jouw specifieke kans berekent op het krijgen van een kind met downsyndroom, edwardssyndroom, of patausyndroom. De test bestaat uit een bloedafname bij de moeder en een echoscopische nekplooimeting.

De combinatietest bestaat uit een combinatie van twee onderzoeken:

  1. Een bloedonderzoek bij de zwangere in de periode van 9 tot 14 weken van de zwangerschap. Het laboratorium onderzoekt het bloed.
  2. Een nekplooimeting met een echo bij het kind in de periode van 11 tot 14 weken zwangerschap. Alle kinderen hebben een dun vochtlaagje onder de huid in de nek: de nekplooi. Hoe dikker de nekplooi, hoe groter de kans is dat het kind down-, edwards of patausyndroom heeft. 

De uitslag van de combinatietest

De combinatietest berekent de kans dat jouw kind down-, edwards- of patausyndroom heeft. Het onderzoek geeft dus geen zekerheid. Bij een verhoogde kans (meer dan 1 op 200) op een kind met down-, edwards- of patausyndroom kun je kiezen wel of geen vervolgonderzoek te doen. Dit vervolgonderzoek kan bestaan uit:

Nevenbevindingen bij de combinatietest

Als de nekplooi 3,5 millimeter of meer is, krijg je altijd uitgebreid aanvullend echoscopisch onderzoek aangeboden. Een verdikte nekplooi komt niet alleen voor bij down-, edwards en patausyndroom, maar kan ook wijzen op andere chromosoom- afwijkingen en lichamelijke aandoeningen bij het kind, zoals hartafwijkingen. Soms is er geen oorzaak te vinden voor de verdikte nekplooi en wordt het kind zonder aandoening geboren.

Bij de nekplooimeting kan de echoscopist soms ook andere afwijkingen zien bij het kind (nevenbevindingen). Het gaat dan om grote afwijkingen zoals het ontbreken van armen, benen of hersenen. Als je kiest voor de combinatietest krijg je eventuele nevenbevindingen altijd te horen. 

Meer informatie

Lees voor meer informatie ook:

Bekijk een filmpje over het meten van de nekplooi bij de foetus:

NIPT

NIPT

De NIPT is een onderzoek waarbij bloed van de zwangere wordt afgenomen en onderzocht. Het laboratorium onderzoekt het DNA in het bloed op chromosoom- afwijkingen en kan zo bepalen of het kind down-, edwards- of patausyndroom heeft. U kunt de NIPT laten doen vanaf 11 weken zwangerschap.

Vlokkentest

vlokkentest

Je kunt een vlokkentest laten doen vanaf 11 weken zwangerschap. Er worden met behulp van een naald via de buikwand van de zwangere een stukje weefsel van de placenta (moederkoek) weggenomen. Dit weefsel bevat de chromosomen van het kind die onderzocht zullen worden op afwijkingen.

Vruchtwaterpunctie

vruchtwaterpunctie

Je kunt een vruchtwaterpunctie laten doen na 15 weken zwangerschap. Er worden met behulp van een naald via de buikwand van de zwangere een beetje vruchtwater afgenomen. Het vruchtwater bevat de chromosomen van het kind die onderzocht zullen worden op afwijkingen.