De melkproductie komt meestal rond de 3e of 4e dag na de bevalling echt goed op gang. Doordat je borsten ineens veel melk gaan aanmaken zorgt je lichaam ervoor dat er meer bloed naar je borsten gestuurd wordt, en gaat ook hiermee het lymfesysteem in de borsten harder werken.

Door de melk, de bloedtoevoer en extra vocht voelen de borsten vaak 1 à 2 dagen wat gespannen aan, dit wordt ook wel stuwing genoemd. Daarna raakt je lichaam gewend aan het aanmaken van de moedermelk en verdwijnt dit gespannen gevoel weer.

Stuwing kun je het beste voorkomen door ervoor te zorgen dat je baby zeer regelmatig aan de borst drinkt, zodat de meeste melk weg wordt gedronken. Wanneer je toch last krijgt van de stuwing kan je het volgende doen:

  • Koude kompressen op de borsten tussen de voedingen in. 
  • Een half uur voor de voeding met warme doeken de borsten weer goed warm te maken, dan stroomt de melk makkelijker. 
  • Masseren onder een warme douche.
  • Eén keer per dag de borsten helemaal goed leeg kolven. 
  • Draag een stevige bh die wel steun geeft, maar niet knelt. 
  • Neem rust. 
  • Gebruik paracetamol bij verhoging of als de stuwing pijnlijk is.

Soms komt het voor dat door flinke stuwing de melkgangen juist dichtgedrukt worden. Hierdoor kan de melk soms niet naar buiten komen. Wanneer dit het geval is, kan het helpen de borsten iedere keer goed warm te maken, te masseren en de borsten te kolven in een eenmalige sessie van (maximaal) 4 keer ieder uur, tot de melk weer gaat stromen. Kolf dan de borsten zo goed mogelijk leeg en ga daarna weer kolven in het ritme van de voedingen van je baby.