Met een uitwendige versie kan een kindje in stuitligging gekeerd worden tot een hoofdligging. Een uitwendige versie is een veilige en effectieve manier om het aantal stuitliggingen te verminderen. De kans dat een versie lukt is gemiddeld 65%. Bij een eerste kindje is het slagingspercentage 40%. Is het niet je eerste baby dan is de kans dat de versie succesvol is zelfs meer dan 80%.

Een versie is veilig!

Er is uitgebreid onderzoek gedaan naar de veiligheid van de uitwendige versie. Er blijkt geen verhoogd risico te zijn op complicaties zoals voortijdig breken van de vliezen, vroeggeboorte of problemen met de navelstreng. Ook is onderzocht of er meer kans is op het loslaten van de placenta na een versie, maar doordat deze complicatie zo heel zeldzaam is, kon men hier geen verschil in vaststellen.

Wel bleek dat tijdens 5% van de versies de hartslag van de baby tijdelijk verlaagt. Dit is een normaal verschijnsel. Door prikkeling van een zenuw op het hoofdje van de baby kan het hartritme vertragen. Binnen 10 minuten is de zenuwprikkeling verdwenen en is de hartslag weer normaal. Bij slechts 1% treedt er geen verbetering op van de hartslag. In dat geval zal er een doorverwijzing plaatsvinden naar de gynaecoloog voor controle van het hartritme door middel van een CTG.

Voorwaarde voor het veilig uitvoeren van een versie is dat de versie gedaan wordt door mensen die er ervaring in hebben, en dat er tijdens de versie (echoscopische) controle plaatsvindt van de hartslag en de ligging van de baby.

In het Geboortecentrum zijn 4 verloskundigen opgeleid tot versiekundigen, specialisten in het keren van stuitligging: Marette Stolp, Barbara Ebskamp, Michelle van der Salm en Margo Linssen. Jaarlijks doen zij ongeveer 40-50 uitwendige versies en hebben daardoor ruime ervaring. Het slagingspercentage van het Geboortecentrum is hoog: hoger dan het landelijk gemiddelde en hoger dan de omliggende ziekenhuizen.

Wanneer keren?

Het meest ideale moment om een baby te keren is o.a. afhankelijk van de ruimte in de buik van de zwangere, de hoeveelheid vruchtwater, de grootte van het kindje, en de mate van indaling van de stuit in het moederlijke bekken. Dit is per persoon verschillend. In het Geboortecentrum geven wij er de voorkeur aan om eerste kinderen te draaien vanaf 34 weken, en het liefst vóór 36 weken. Bij een tweede (of volgend) kind draaien we pas vanaf 35/36 weken.

Is er tijdens de zwangerschap sprake van bloedingen, groeivertraging, hoge bloeddruk of te weinig vruchtwater, dan bestaat er een contra-indicaties voor een versie en kan het kindje niet worden gedraaid. Bij vrouwen met een keizersnede in de voorgeschiedenis wordt de versie in het ziekenhuis verricht door de gynaecoloog.

Hoe verloopt een versie?

De versie wordt verricht door twee versiekundigen. Voorafgaand aan de versie wordt er een echo gemaakt ter controle van de ligging, het vruchtwater, de hartslag en de navelstreng. Tijdens de versie probeert de verloskundige de baby in de buik handmatig te draaien. Door het kontje en het hoofdje in een bepaalde richting te duwen, wordt het kind in een dwarse positie gebracht. Daarna draait het door naar een hoofdligging.

Soms lukt het draaien niet meteen, en zijn er meerdere pogingen nodig tijdens één uitwendige versie. Er wordt ongeveer 45 minuten ingepland voor het doen van een versie, maar de draaiing zelf is meestal binnen 15-20 minuten gedaan. De rest van de tijd wordt gebruikt voor instructies, controle en verslaglegging.

Voor, tijdens en na de versie wordt de hartslag van de baby in de gaten gehouden middels echo en/of doptone, omdat een baby op de versie kan reageren met een verlaging van de harttonen. Dit is normaal en zal zich binnen 5 tot 10 minuten herstellen. Gebeurt dat niet, dan zal er worden verwezen voor een hartfilmpje (CTG) in het ziekenhuis.

Pijn

Een uitwendige versie kan wat pijnlijk zijn, maar de meeste vrouwen vinden de pijn bij een versie goed te verdragen. Geadviseerd wordt om vooraf rust te nemen en paracetamol te slikken. Door tijdens de versie een diepe buikademhaling te doen en de buik te ontspannen, gaat het draaien makkelijker en is het minder pijnlijk. Het is erg prettig als ook de partner van mevrouw aanwezig is tijdens de versie als steun.

Na de versie

Na een uitwendige versie kan de buik beurs of wat gevoelig zijn. Dit is normaal, en zo nodig kan er paracetamol genomen worden. Neem na een versie altijd contact op met je verloskundige in geval van:

  • Weeën
  • Buikpijn
  • Bloedverlies
  • Vruchtwaterverlies
  • Geen of weinig kindsbewegingen
  • Overige bijzonderheden of ongerustheid

Als de versie is gelukt zal er op korte termijn een afspraak worden gepland op het spreekuur van de verloskundige ter controle van de ligging. Als de versie niet is gelukt dan kan je overwegen om op een later moment nogmaals een versiepoging te laten doen. Blijft de baby in stuitligging dan is verwijzing naar de gynaecoloog noodzakelijk.

Iedere uitwendige versie wordt geregistreerd in het versie-register van de KNOV (=Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen). Na de geboorte worden ook een aantal gegevens omtrent de bevalling in dit register vastgelegd. Het versie-register wordt gebruikt voor het verzamelen van landelijke data omtrent stuitligging en de uitwendige versie, maar ook voor anoniem wetenschappelijk onderzoek.

Na de geboorte

Een stuitligging kan een geringe invloed hebben op de heupontwikkeling van de baby. Er is daardoor een iets hogere kans op heupdysplasie. Er wordt geadviseerd om 3 maanden na de geboorte een echo te laten maken van de heupjes van de baby. Dit kan via de huisarts worden aangevraagd.

Meer informatie

Op het internet is helaas veel onjuiste en onduidelijke informatie over stuitliggingen te vinden. Probeer daarom niet te veel te ‘googlen’. Betrouwbare informatie over stuitligging en de uitwendige versie kun je lezen via: