Het normale tijdstip van bevallen ligt tussen de 37 en 42 weken, dus drie weken vóór de uitgerekende datum en twee weken erna. Het verloop van de bevalling is afhankelijk van veel factoren. Als je voor de eerste keer bevalt (je bent dan een primi) is de bevalling vaak zwaarder en duurt het langer. Bij alle volgende bevallingen (je bent dan een multi) kan het een stuk vlotter verlopen.

Weeën

Veruit de meeste bevallingen starten met het optreden van weeën. In het begin zal er langere tijd tussen de weeën zitten. Gaandeweg wordt de tijd tussen de weeën korter en komen ze vaker op elkaar. Naast de frequentie, zal ook de kracht en de duur van een wee toenemen. Een krachtige wee duurt meestal zo’n 50-60 seconde. Bij het klokken van de frequentie van de weeën reken je altijd van het begin van de ene wee tot het begin van de andere wee. Heb je bijvoorbeeld gedurende één minuut een wee, daarna twee minuten pauze, en dan start van de volgende wee? Dan noemen we dat ‘weeën om de drie minuten’.

Vruchtwater

Bij slechts 10% van de vrouwen begint de bevalling met het breken van de vliezen en het verliezen van vruchtwater. Het grootste deel van de vrouwen krijgt daarna binnen 24 uur ook weeën. De kleur van vruchtwater is een beetje troebel wit, of soms roze (dan zit er een beetje bloed in). Dit noemen we “helder vruchtwater”. Probeer wat vruchtwater op te vangen in een glas om goed te kunnen beoordelen of de kleur normaal is.

Bij veel vrouwen breken de vliezen niet vanzelf en zullen zij tijdens de ontsluiting door de verloskundige worden doorgeprikt.

Slijm & bloed

Sommige vrouwen krijgen vóór of tijdens hun bevalling wat slijmverlies. Dit noemt men het verliezen van de slijmprop. Dit slijm is soms dik en taai, of wat dunner en slierterig. Soms zit er ook een beetje bloed bij de slijmprop. Dat is normaal.

De ontsluiting

Tijdens de ontsluiting zal de baarmoedermond weker worden, verstrijken (veranderen in vorm en positie), en open gaan van nul tot tien centimeter. De ontsluiting is op te delen in drie fases:

  • Het begint met de transformatiefase. Hierin zijn de weeën onregelmatig in frequentie, en wisselend in kracht en duur. Tijdens deze fase vind het weker worden van de baarmoedermond plaats en een deel van het verstrijken.
  • Daarna volgt de latente fase: de weeën nemen toe in frequentie, en worden regelmatiger. De eerste centimeters ontsluiting worden bereikt en de baarmoedermond verstrijkt helemaal.
  • Tot slot de actieve fase. Deze start meestal rond de vier tot zes centimeter ontsluiting. De vrouw ervaart heftige weeën, die kort op elkaar volgen, krachtig zijn en ongeveer 60-90 seconden aanhouden.

De ontsluitingsfase duurt bij primi’s gemiddeld 8 tot 24 uur en bij multi’s 2 tot 10 uur.

De uitdrijvingsfase

Nadat volledige ontsluiting (10 centimeter) is bereikt, kan je de baby naar buiten persen. De meeste vrouwen ervaren dan tijdens de weeën een niet-tegen-te-houden-drukgevoel (persdrang). Het hoofdje van de baby zal tijdens de uitdrijving steeds dieper in het bekken komen te liggen en uiteindelijk geboren worden.

De uitdrijvingsfase duurt bij primi’s gemiddeld 30 tot 90 minuten (maximaal 2 uur). En bij multi’s 1 tot 30 minuten (maximaal 1 uur.)

Het nageboortetijdperk

Na de geboorte van de baby volgt de moederkoek (placenta). Door samentrekkingen van de baarmoeder raakt de placenta los van de baarmoederwand. Met een beetje mee persen door de moeder komt de placenta vaak binnen 30 minuten na de geboorte van de baby ook naar buiten.

Pijnstilling

Bevallen doet pijn. Daar kan niemand omheen. Bijna alle vrouwen ervaren de ontsluitingsweeën; samentrekkingen van de baarmoederspier die ervoor zorgen dat de baarmoedermond zich opent, als pijnlijk.